![]() |
|
DuivenoverlastDe Landelijke Werkgroep Duivenoverlast houdt zich bezig met het adviseren van particulieren, bedrijven, gemeenten en andere overheidsinstanties over effectieve en diervriendelijke methoden om schade en overlast van stadsduiven te verminderen en te voorkomen.
Niet vangen en dodenIn de eerste plaats wil de Landelijke Werkgroep Duivenoverlast er op wijzen dat het vangen en doden van duiven niet leidt tot een structurele oplossing van eventuele schade en overlast van stadsduiven. Het wegvangen en doden van duiven betekent alleen maar een open plaats die weer snel zal worden opgevuld door nieuwe exemplaren. Door een versnelde reproduktie van overgebleven vogels na het wegvangen kan de populatie stadsduiven zelfs groter worden dan vóór het wegvangen het geval was. Dit blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken van de Wetenschapswinkel Biologie te Utrecht, van Bureau Stadsnatuur Rotterdam, alsmede uit onderzoek van de Urban Wildlife Society. Uit gegevens en informatie van de Urban Wildlife Society kan de onderstaande grafiek worden afgeleid. Klik
hier voor de afbeelding in het groot De populatiecyclus van stadsduiven, gebaseerd op D.L. Roth (1995).
Een oplossingHet Bureau Stadsnatuur Rotterdam en de Wetenschapswinkel Biologie concluderen bovendien dat in plaats van het wegvangen en doden, een andere combinatie van maatregelen niet alleen veel effectiever maar ook diervriendelijker is om overlast van duiven te verminderen en te voorkomen. Hierbij wordt gewezen op het op een juiste manier aanbrengen van (zwakstroom) draden, pennen en netten waardoor duiven van bepaalde plaatsen worden geweerd. Tevens kunnen duiven worden opgevangen in een duivenverblijf in de buurt van een overlastlocatie. Deze methode wordt al in veel steden in Duitsland met succes toegepast. Door de duiven van eten, drinken en nestgelegenheid te voorzien in een 'til', kunnen eieren worden vervangen door gipseieren. De populatie kan op deze manier worden beheersd en bovendien wordt overlast in de omgeving van het duivenverblijf opgeheven. Het merendeel van de bevolking zal deze duifvriendelijke aanpak ongetwijfeld prefereren boven de dieronvriendelijke methode van wegvangen en doden.
Ziek van Duiven?Wetenschappelijk onderzoek in Duitsland en Nederland o.a. door Dr.G.M. Dorrestein, hoofddocent Pathologie van de Universiteit Utrecht, heeft uitgewezen dat verwilderde duiven nagenoeg geen risico vormen voor de volksgezondheid. Zo worden bijvoorbeeld paratyphus, tuberculose en papegaaienziekte niet overgebracht door duiven en een vorm van vogeltuberculose die bij duiven kan voorkomen is voor de mens niet schadelijk! Door dagelijks intensief contact met duiven, hun veren en uitwerpselen kan wel een zogenaamde duivenmelkerslong ontstaan, hetgeen een goed behandelbare soort allergie is, die voor kan komen bij duivenmelkers.
Toevloed van verdwaalde postduivenJaarlijks verdwalen er in Nederland honderdduizenden postduiven tijdens wedvluchten. Deze geringde duiven vestigen zich in steden en dorpen en zorgen aldaar voor ongeringde nakomelingen. Het percentage geringde duiven onder de stadsduiven varieert per stad en is mede afhankelijk van de vluchtroutes van wedstrijden met postduiven. In sommige steden bestaat zelfs wel 75% van de stadsduiven uit verdwaalde postduiven en alleen al op één locatie in Rotterdam worden per jaar meer dan 2000 verdwaalde postduiven aangetroffen. Terwijl enerzijds wordt geprobeerd om de stadsduivenpopulatie te beheersen, vindt er anderzijds een continue toestroom plaats van postduiven die niet meer naar hun hok en eigenaar terugkeren. De meeste duivenhouders willen hun verdwaalde huisdieren overigens niet meer terug, omdat er geen prijs of eer meer mee te behalen valt. Voor de vogelasiels vormen verdwaalde postduiven ook een groot probleem, want zij willen het veelgehoorde advies van de duiveneigenaren "draai 'm de nek maar om" niet opvolgen. (Zie ook dit recent artikel.) Om de omvang van stadsduivenpopulaties te kunnen beheersen zal aan de toevloed van postduiven een einde moeten komen.
Dank
|
|
© 2003-2007 Landelijke Werkgroep Duivenoverlast Laatst gewijzigd: Q4 2006 |